http://radio-tv-nederland.nl
     

Staat uw toestel wel optimaal ingesteld ?
 

 

Wat vertelt het televisie-testbeeld
 

Dagelijks wordt door PTT en NOS het televisie-testbeeld uitgezonden. Dit testbeeld vormt geen onderdeel van de uitzending en is feitelijk niet bedoeld voor de kijker. Toch zien heel wat kijkers het testbeeld, want het toestel gaat vaak al aan voordat de uitzending begint.

Het testbeeld is bedoeld voor technici om de beeldkwaliteit optimaal in te stellen, maar uiteraard zijn wij met behulp van het testbeeld zelf in staat een oordeel te vellen over de conditie waarin onze apparatuur verkeert. Het is zelfs mogelijk het testbeeld met een videorecorder op te nemen.

Er valt door de gebruiker, mits gesteund door enige kennis van zaken, een oordeel te vormen over een aantal afwijkingen of defecten aan antenne, televisie en/of videorecorder

Het televisie-testbeeld dat dagelijks door PTT en NOS wordt uitgezonden is een volledig elektronisch opgewekt signaal. Doordat het signaal niet wordt verkregen van een testkaart en een camera, bezit het testbeeld een zeer hoge stabiliteit en nauwkeurigheid. Het kan daarom gebruikt worden voor het instellen, afregelen en controleren van o.a. zwart/wit en kleurentelevisies.

Het testbeeld is met name bedoeld voor servicetechnici en antenne-installateurs. Het geeft hen een snelle en betrouwbare indruk over de staat van de apparatuur.

Wil men als consument aan de hand van het testbeeld een volledig oordeel vormen over de eigen apparatuur dan vergt dit niet alleen een grondige studie. maar bij een eventuele reparatie of afregeling is er bovendien veelal specialistische

en dure meetapparatuur vereist. Toch bezit het testbeeld ook een hoeveelheid informaties die men, na het opdoen van enige kennis, kan gebruiken voor het beoordelen van de staat waarin antenne, televisie of videorecorder verkeert.  

Een aantal afwijkingen van het beeld kunnen hun oorzaak vinden in een ontregeling of een defect van de televisie. Het is echter ook mogelijk dat de problemen ontstaan door een defect of ontregeling van de antenne-installatie of aangesloten videorecorder. Dikwijls

komen ook combinaties van afwijkingen in de verschillende apparaten voor. Met name hierdoor is het soms moeilijk een waterdicht oordeel te vellen.

Alleen door gebruik te maken van geavanceerde meetapparatuur of in sommige gevallen door een andere televisie, is de oorzaak van het defect of de afwijking met absolute zekerheid valt te stellen.

De praktijk leert ons dat naarmate de moderne televisietoestellen en videorecorders steeds meer met i.c. technieken worden uitgevoerd, de kans op defecten of ontregeling aanzienlijk afneemt. Veel afwijkingen of defecten vinden dan ook hun oorzaak in de antenne-installatie. Dit kan betrekking hebben op een eigen antenne, een centraal antenne-systeem, maar ook op een kabelsysteem.

Antennesysteem 

Een voorbeeld waarbij men gemakkelijk een verkeerd oordeel kan vellen is als het signaal ontsierd wordt door enige ruis of sneeuw. Bij een direkt oordeel  op de televisie sneeuwt het beeld, terwijl bij weergave van de videorecorder er geen sneeuw zichtbaar is. De televisie lijkt dan defect, maar in werkelijkheid verdoezelt de viderecorder, door een minder scherpe weergave, de ruis. De televisie lijkt de boosdoener en toch is het de antenne.

Een ander voorbeeld van een zeer veelvuldig voorkomende afwijking van het antennesignaal is reflectie. Reflectie wil zeggen dat het beeld niet eenmaal maar twee of meerdere malen achter elkaar zichtbaar is. Deze z.g. spookbeelden ontstaan b.v als er hoge gebouwen in de omgeving staan of het kabelsysteem ergens een defect vertoont. Het directe televisiebeeld kan dan nog acceptabel zin terwijl het beeld van de videorecorder een veel sterker reflex vertoont. Het is dan niet de videorecorder die de afwijking veroorzaakt. Maar de videorecorder zal, als gevolg van elektronische schakelingen die de details extra versterken (HQ), de reflectie overmatig zichtbaar maken. Een matige videorecorder  lijkt in dit geval dan betere resultaten te geven.  

Beoordeling van het testbeeld

In enkele gevallen ontstaat de refelctie in de televisie zelf, maar meestal kan men de
antenne-installatie de schuld geven. In het testbeeld is voor het beoordelen van de reflectie een speciaal dun vertikaal lijntje opgenomen. In de tekening van het testbeeld is dit aangegeven.Ook kan het

voorkomen dat de fijn regeling van de televisie verkeerd staat of bij een toestel met direkte kanaal- ingave,dat de frequenties van het kabelsysteem niet geheel overeenkomen. Het is daarom raadzaam aan de hand van de gebruiksaanwijzing van de televisie of videorecorder de fijnafstemming na te regelen zodat het beeld van betere kwaliteit wordt. Een juiste afstemming kan men controleren aan de hand van de 'definitielijnen', bijeen juiste afstemming zijn er zo veel mogelijk vertikale zwart/wit lijnen zichtbaar.

Bijeen kleurentelevisie en videorecorder zal het laatste rechtse blok niet zichtbaar worden. Een optimale afstemming is bereikt net voordat er storende dunne lijntjes in het beeld zichtbaar worden. Een goede mogelijkheid om een oordeel te vellen over reflectie in de antenne-installatie is door de televisie dooreen ander goed werkend apparaat te vervangen.

Maar voordat men de installateur waarschuwt is het verstandig eerst te controleren of men zelf geen defect aan de antenne heeft aangebracht, door b.v .onjuist kabels te verlengen of op een onjuiste manier meerdere apparaten aan een antenne. of kabel-aansluiting te koppelen.

 






Instellen van de televisie


Het testbeeld kan gebruikt worden voor het juist instellen van helderheid, kontrasten, kleurverzadiging van de televisie .

Daarbij gaat men als volgt te werk: eerst wordt de kleurverzadiging geheel teruggeregeld. zodat een zwart/wit beeld overblijft; Nu wordt met de helderheid-en kontrastregelaar het beeld zodanig ingesteld, dat de gradatiebalk in de cirkel. die uit zes delen bestaat. het meest linkse vlak geheel zwart en het meest rechtse vlak geheel wit weergeeft. Bij het Instellen moet men er vooral op letten dat de vier tussenliggende vlakken een duidelijk verschil in helderheid vertonen.

Vertoont het gehele beeld een kleur, dan verdient het aanbeveling om dit door een vakman te laten naregelen of herstellen.

Is het zwart/wit beeld m.b.v. de helderheid- en kontrastregelaar goed ingesteld, dan wordt vervolgens met de kleurverzadigingsregelaar de juiste 'hoeveelheid kleur' ingesteld. De juiste kleurverzadiging is het beste aan het purperen en rode vlak te beoordelen. Men dient er vooral op te letten niet te veel kleur toe te voegen. Een te hoge kleurverzadiging komt het beeld niet ten goede, vooral bij weergave van video- banden.

Bij veel moderne televisie-apparaten zijn de onderlinge instellingen elektronisch aan eIkaar gekoppeld. Bij het verhogen van de helderheid zal ook de kleurverzadiging enigszins toenemen. Op een aantal

apparaten ontbreekt zelfs een kontrastregelaar. Ook zijn er apparaten die het kontrast automatisch instellen aan de hand van de hoeveelheid omgevingslicht. Bij deze moderne apparaten kan en behoeft men dan ook nauwelijks iets in te stellen.

Nu staat het televisietoestel aan de hand van het testbeeld goed ingesteld, Toch zal het in de praktijk voorkomen, dat het beeld van alle zenders niet een gelijke helderheid of kleurverzadiging vertoont. De oorzaak hiervan kan liggen aan de niet in alle landen gelijk- waardig gehanteerde uitzendnorm. Gebruikelijk zijn de programma 's van de Duitse televisie meer 'gekleurd' (Buntfernsehen) dan van de Nederlandse zenders.  De praktijk leert ons waarom dat het instellen aan de hand van het testbeeld lang niet altijd voor ons het mooiste beeld oplevert.

Kleuren

Een oordeel uitspreken over de juiste kleurweergave is vrij moeilijk. Een aantal ontregelingen of defecten zijn echter wel te herkennen.
Zijn in de magenta (rood) gekleurde balk de lijnen niet alle van eenzelfde kleur dan duidt dit op een ontregeling. Evenals wanneer aan de beide zijkanten van het beeld een kleur ontstaat in de witte velden.
In sommige gevallen kan het echter voorkomen dat de afwijking in het kabel- of antennesysteem ontstaat. Een vergeIijk met een tweede goede televisie biedt dan uitkomst. Een eventuele reparatie van dit defect behoort wederom tot het werk van de vakman.

  Beoordeling


Staat de televisie optimaal ingesteld, dan kunnen wij aan de hand van het testbeeld een aantal beoordelingen over het apparaat vellen.

Allereerst kan aan de hand van de cirkel in het testbeeld gecontroleerd worden of het beeld een overeenkomstige
hoogte en breedte heeft. Van sommige apparaten is de kwaliteit zo goed, dat men zelfs met een grammofoonplaat de instelling kan vergelijken. Toch zal bij de meeste apparaten altijd een lichte afwijking zichtbaar blijven. Dit is dan geen defect, maar een tolerantie in de produktie. Een lichte ei vorming mag, te veel zal de beelden vervormen.

Aan de hand van de dunne horizontale en vertikale lijnen kan men een verdere nauwkeurigheid controleren. Ook hierbij geldt: een televisie die alle lijnen absoluut recht weergeeft is met een lantaarntje te zoeken. Zijn bij een kleurentelevisie de vertikale lijnen aan de zijkanten sterk gekromd dan duidt dit op een defect of ontregeling. (De vakman!).

Het is echter ook mogelijk dat uw toestel dicht in de buurt staat van een magnetische bron. Vooral de geluidsboxen van de hifi-installatie willen nog wel eens de boosdoener zijn als het beeld aan een kant niet recht of niet juist van kleur is. De box verder weg zetten is de enige oplossing. Bij een kleurentelevisie en vooral bij de oudere apparaten is het gebruikelijk dat er altijd wel ergens in het beeld gekleurde randjes te vinden zijn. Ook dit is weer een kwestie van kwaliteit en tolerantie. Zijn er te veel gekleurde lijnen en met name in het midden, dan is het nu zaak de vakman in te schakelen.


Videorecorder

Het beoordelen van de videorecorder aan de hand van het testbeeld is een moeilijke zaak. Het testbeeld bevat signalen tot 5 MHz (5 miljoen trillingen per seconde) terwijl de videorecorder boven de 3 MHz geen signaal meer registreert. Ook het kleursignaal ondervindt in een videorecorder nogal wat bewerkingen, waardoor ook de allerbeste videorecorder nooit een testbeeld 'optimaal kan weergeven. Deze beperkingen vallen bij een normaal programma nauwelijks op maar bij een oordeel aan de hand van het testbeeld komen de minst geringste afwijkingen meedogenloos naar voren.
Bij een aantal controles;b.v. de afstemming, kan men dezelfde procedure volgen als bij de televisie, ook al zullen een aantal vjdeorecorders zelfs bij een rechtstreeks doorlussen (door de recorder heen kijken zonder op te nemen) het beeld altijd minder scherp tonen. Een optimale scherpte is immers niet noodzakelijk, daar de videorecorder dit toch niet kan weergeven. Is het antennesignaal slecht, ruis en reflectie, dan lijkt het alsof een matige videorecorder een beter einddresultaat produceert dan
Het meest geavanceerde apparaat. Toch is dit niet waar. De goede videorecorder zal alle oneffenheden tonen en meestal nog eens extra versterken. De goede videorecorder is dan niet minder, maar het antennesysteem!

Bij weergave van het testbeeld is het gebruikelijk dat men tot en met de derde definitiebalk (2,8MHz) de vertikale lijnen kanonderscheiden. De kleuren worden altijd minder strak weergegeven dan zoals in het originele testbeeld zichtbaar. VariŽrende kleuren sterk of vallen deze soms geheel weg, dan kan dit duiden op vervuilde of versleten videokoppen. Vanzelfsprekend zal een versleten of beschadigde band eenzelfde indruk tot gevolg hebben. Het vervangen van videokoppen is het werk van de vakman.
Het schoonmaken van de videokoppen met een reinigings cassette kan soms positief resultaat bieden.

 

 

Artiekel uit Video uit en thuis 1988
door Frits Kraefft

 

Samenvatting

Angst bij vele verkopers en technici heeft er toe geleid dat men nogal terughoudend is over het geven van enige informatie rond het testbeeld. Voor een deel heeft men daarin gelijk: de gedachte dat er een klant komt klagen over een lijntje dat trilt in het testbeeld, terwijl dat behoort te trillen, is voor velen aanleiding de gebruiker het kijken naar testbeeld te ontraden.  

Dat het bovendien een eventueel defect uit te spreken, vormen de vele voorbeelden waarbij de antenne -installateur de teelvisie de schuld geeft en de televisietechnicus de antenne-installateur.

Toch kunnen wij na het opdoen van enige kennis rond het signaal waaruit het testbeeld bestaat waaruit het testbeeld bestaat, zelf een oordeel vormen over bepaalde afwijkingen van de antenne, televisie of videorecorder. Maar soms is het oordelen niet zo gemakkelijk en wordt het slepen met televisie of videorecorder naar een vriend of kennis.

Kleine toleranties aan het televisiebeeld zijn vanzelfsprekend. Een beeld waarbij er geen lijntje gekleurd of krom is, is met een lantaarntje te zoeken. Toch mag u best bij aankoop van een nieuwe televisie op andere punten letten, dan alleen op de prijs en vormgeving. Stereo zijn ze nagenoeg allemaal en teletekst is inmiddels vanzelfsprekend. Een paar adviezen willen wij u tot slot niet onthouden:

Stel vooral bij videoweergave de kleurverzadiging niet te hoog in.

Controleer, alvorens u de antenne-installateur inschakelt, eerst de verbindingen en let vooral op z.g “ modificaties”.

Een vergelijk met een ander toestel kan veel kosten besparen.

Het repareren van een televisie of videorecoder is werk van de vakman. Als men per ongeluk aan de hoogspanning blijft “plakken” is dit meestal dodelijk !!!

     

Bron: www.radio-tv-nederland.nl